Herman Nugteren, bestuurder bij Trauma Care Company, over improviseren en doen wat je kunt

“Ik was chauffeur. Potverdorie, die mensen zaten allemaal in vakantiekampen ergens achteraf in de polder. Er was geen buslijn, helemaal niks. Dus ik reed in het begin de Oekraïense hulpverleners rond. Dan zat ik in een of andere kroeg te wachten tot ze klaar waren en dan haalde ik ze op en dan bracht ik ze weer naar het volgende vakantiepark of opvanglocatie.” 

Vanaf het moment dat de eerste Oekraïense ontheemden in Nederland aankwamen stond Herman Nugteren met zijn team van Oekraïense coaches bij Trauma Care Company klaar om hen te begeleiden. Drie jaar later doet hij dat nog steeds, met alle uitdagingen die daarbij komen kijken. “In het begin is het alle zeilen bij, maar mijn zeilen zelf moeten niet gaan scheuren.” 

Een gesprek tussen PsyGlobal en de initiatiefnemer van Trauma Care Company, Herman Nugteren. 

 

Trauma Care Company, drie initiatieven

Toen tien jaar geleden grote groepen Syrische vluchtelingen naar Nederland kwamen, werden gemeenten volledig overvallen. Er was nauwelijks beleid of kennis over de impact van oorlog en ontheemding, terwijl de zorgen over getraumatiseerde kinderen en ouders groot waren.

Herman werkte op dat moment, na jarenlange ervaring als hulpverlener in oorlogsgebieden, in de Nederlandse jeugdzorg. Vanuit de urgentie die hij zag, richtte hij Trauma Care Company op, een organisatie die zich specialiseert in trauma-sensitieve begeleiding van zowel kinderen als volwassenen.

Het was ook duidelijk dat er veel behoefte was aan kennis en deskundigheid bij professionals. Samen met Anne van den Ouwelant, die op dat moment werkzaam was in de favela’s van Rio, richtte Herman Trauma Company op: een opleidingsinstituut voor professionals in onder meer het onderwijs, de zorg, het COA en Defensie, gericht op trauma-sensitief werken.

En tenslotte was er Kinder Company, voor kinderen van 0 tot 5 jaar, opgericht samen met Simone Smaal, voormalig collega van Herman uit de jeugdzorg. In deze levensfase spreken we meestal nog niet van trauma, maar zijn er vaak wel zorgen over gedrag, hechting of ingrijpende ervaringen.

Zo groeiden vanuit de praktijk drie samenhangende initiatieven, ieder met een eigen focus, maar met dezelfde missie: het bieden van veilige, deskundige ondersteuning aan mensen die zijn geraakt door trauma.

Na een aantal jaar nam de focus op (Syrische) vluchtelingen af, tot voor kort was nog maar 10% van het werk van Trauma Care Company gericht op deze doelgroep. Tot de oorlog in Oekraïne begon en Herman en zijn team hetzelfde zagen gebeuren als met de Syriërs: Gemeenten werden weer verrast met een doelgroep die ze niet kenden en een situatie waar nog geen beleid voor was.

Trauma Care Company

Herman ging direct op zoek naar Oekraïense zorgprofessionals, nog vóór er concrete aanvragen lagen. Met de komst van de eerste aanvragen werd het echt pionieren en reed Herman zelf zijn team rond door de regio. “Potverdorie, die mensen zaten allemaal in vakantiekampen ergens achteraf in de polder. Er was geen buslijn, helemaal niks. Dus ik reed in het begin de Oekraïense hulpverleners rond.” Het aantal aanvragen voor hulp groeide en daarmee groeide ook het Oekraïense team, onder andere met de hulp van PsyGlobal. Inmiddels heeft Herman twaalf coaches in dienst die Oekraïense cliënten begeleiden en stabiliseren. 

 

Begeleiden versus behandelen

Het is geen behandeling die het team van Trauma Care Company aanbiedt, het is begeleiding. Coaches proberen de constante alarmbellen in het hoofd van cliënten tot rust te brengen, of op zijn minst onder controle te krijgen.

Het team van Trauma Care Company wordt ingezet door gemeenten en opvanglocaties in de regio centraal Nederland wanneer bewoners psychische klachten hebben. Herman: “In het begin noemden we onze mensen psychologen. Maar onze psychologen mogen niet behandelen, alleen stabiliseren.” De verwachtingen waren daardoor veel te hoog. Daarom noemt Herman zijn mensen nu ‘coaches’. “En natuurlijk zijn het coaches met een vaak universitaire achtergrond [..] en therapeutisch aan het werk gaan, maar we mogen het zo niet noemen in Nederland.” 

Als Trauma Care Company op locatie komt, staan cliënten al in de overdrive. Stabiliseren of begeleiden haalt dan even de druk van de ketel, maar eigenlijk zouden al deze cliënten, vroeg of laat, een behandeling gegund moeten krijgen binnen de GGZ. Volgens Herman is daar nog veel te weinig aanbod. Zijn team krijgt te maken met zware psychische problemen, maar kan mensen onvoldoende doorverwijzen. Herman pleit voor veel minder regels. Zijn mensen, maar ook andere coaches en social workers die bijvoorbeeld werken via PsyGlobal, moeten gewoon zelf kunnen behandelen en niet hoeven wachten op die ingewikkelde GGZ-route. 

 

Grenzen aan inzetbaarheid

Deze zware, onbehandelbare gevallen trekken een wissel op Herman’s team. De coaches hebben het zelf niet makkelijk, en krijgen daarnaast te maken met zware problemen van cliënten die ze niet kunnen oplossen. “In het begin is het alle zeilen bij, maar mijn zeilen zelf moeten niet gaan scheuren.” Herman is zuinig op zijn mensen. Dat begint al bij de voorbereiding: In de vacaturetekst wordt al eerlijk verteld dat het zwaar en eenzaam werk is. De coaches zijn veel op pad, werken alleen en komen vaak mensen tegen die helemaal geen hulp willen aanvaarden. Voor nieuwe medewerkers organiseert Trauma Care Company een informatiemiddag waar ze nog verder worden voorbereid op het inhoudelijke werk. Vaak hebben de psychologen in Oekraïne vooral ervaring opgedaan met echtscheidingen en bedplassende kinderen. Thema’s van ‘de rijken’, die totaal niet overeenkomen met de problematiek van Oekraïense ontheemden in Nederland. Daar wil Herman zijn mensen graag goed op voorbereiden. 

Elke Oekraïense medewerker is gekoppeld aan zowel een Nederlandse SKJ-geregistreerde collega als een Oekraïense collega.. Daarnaast organiseert Trauma Care Company wekelijks supervisie, maar alsnog merkt Herman dat de mensen soms moeilijk overeind blijven. Ook binnen het Oekraïense team heerst natuurlijk het taboe op praten over psychische problemen, dus wordt er continu gezocht naar manieren om elkaar te ondersteunen. 

 

Hoe nu verder? 

Het Oekraïense team van Trauma Care Company blijft uitbreiden. Volgens Herman gaat de toestroom van Oekraïeners alleen maar toenemen, en zal de vraag naar psychische hulp ook stijgen. “In het begin kregen we geen aanmeldingen. Maar vanuit de wetenschap klopt dat ook, want iedereen wil bed, huis, veilig, klaar. […] Dan krijg je eerst de ‘GGZ-mensen’, die al met problemen deze kant op kwamen en die steeds instabieler worden. […] En nu zie je de mensen die stabiel binnenkwamen, maar die instabiel beginnen te worden door de situatie.” En dat worden er steeds meer. 

De mogelijkheid om deze mensen door te verwijzen naar een psycholoog in de regio is echter cruciaal. Volgens Herman is de vraag naar gespecialiseerde GGZ-behandelaars enorm. “Wij zitten er bovenop en zien dagelijks hoeveel behoefte er is aan passende behandeling,” zegt hij. “Er is geen enkele opvanglocatie waar niet minimaal vier of vijf bewoners zijn die eigenlijk direct doorverwezen zouden moeten worden naar een psycholoog.

 

Bent u geïnteresseerd om samen te werken met een Oekraïense psycholoog in uw organisatie of instelling? Neem dan vrijblijvend contact met ons op via info@psyglobal.org. We denken graag met u mee.

 

Julia Samsonova, over de kracht van samenwerken met Oekraïense psychologen

Julia Samsonova is een Oekraïense psycholoog, werkzaam bij zowel twee gemeenten in Limburg als bij KL-IK, een hulporganisatie in Sittard.

Julia Samsonova

Frustratie

Julia kwam naar Nederland kort na het uitbreken van de oorlog. Al snel wilde ze aan de slag om haar kennis en ervaring in te zetten voor landgenoten, maar dat bleek erg lastig. Het was frustrerend dat ze overal waar ze solliciteerde te horen kreeg dat ze toch echt Nederlands moest spreken, wat ze uiteraard na een paar maanden in Nederland nog niet kon. Ze merkte dat Nederlandse organisaties nog niet goed wisten wat ze met de situatie rondom Oekraïeners aan moesten. Niemand wist hoe lang Oekraïeners zouden blijven, wat voor problematieken er speelden, of en hoe mensen hier konden werken. De focus lag op korte termijn basisbehoeften: opvangplekken, voedsel- en kledingvoorzieningen, onderwijs. Julia: “Ik belde gemeenten, huisartsen, ‘hier ben ik, ik ben psycholoog, ik weet dat jullie veel Oekraïense cliënten hebben, ik kan ze helpen, ik spreek hun taal, laten we samenwerken, laten we iets doen’ maar niemand wist hoe het moest.” Pas na een jaar kwam Julia in contact met PsyGlobal en startte ze als psycholoog bij de Gemeente Venlo en bij GGZ-organisatie BOEI Limburg. 

Het belang van een sterke band

Volgens Julia is het voor Oekraïeners veel belangrijker om een sterke band op te bouwen met hun therapeut dan voor Nederlanders. Daarom is het volgens haar ook zo goed voor specifiek Oekraïeners om met een Oekraïense ggz-professional te werken. “Wij spreken dezelfde taal en delen dezelfde cultuur en mentaliteit als onze cliënten,” legt ze uit. “Dat schept vertrouwen en is cruciaal in de therapie.” 

Gemiste kans 

Ze ziet het als een enorme gemiste kans om de unieke talenten van Oekraïense professionals niet in te zetten voor de behandeling van de vele Oekraïense cliënten. “Er zijn zoveel ervaren Oekraïense specialisten in Nederland.” Julia pleit voor meer flexibiliteit bij Nederlandse organisaties. De samenwerking met Oekraïense psychologen bij veel Nederlandse organisaties gaat prima, ook als ze geen Nederlands spreken. Het zou volgens Julia geen eis moeten en hoeven zijn. Gelukkig merkt ze dat steeds meer organisaties wel open staan voor anderstalige psychologen, een goede ontwikkeling. 

Investeer in de onboarding

Het Nederlandse zorgsysteem is moeilijk te doorgronden. Dat vinden wij Nederlanders zelf ook, maar dat is het helemaal als je hier vanuit het buitenland komt werken. Julia is in het begin best wel in het diepe gegooid. “Toen ik begon, miste ik uitleg over hoe het systeem werkte: welke documenten ik nodig had, hoe ik cliënten moest registreren,” zegt ze. “Ik ben gewoon begonnen.” Julia stelt voor om nieuwe collega’s een goede introductie te geven en de belangrijkste regels en procedures uit te leggen. “Het is belangrijk dat we de regels goed volgen, dat we de juiste stappen zetten.” 

Julia is onder de indruk van de Nederlandse cultuur van leren en ontwikkelen. “Het is hier normaal om steeds nieuwe dingen te leren, trainingen te volgen, jezelf verder te ontwikkelen.” Via PsyGlobal volgde Julia een training in PTSS en CBT, en een Nederlandse taalcursus. Al met al heeft haar ervaring met het Nederlandse systeem haar professioneler, flexibeler en ruimdenkender gemaakt. Het bieden van psychische hulp aan landgenoten hielp haar bovendien ook om zelf haar ervaringen met de oorlog te verwerken. En daar is ze erg dankbaar voor. 

 

Lees ook het interview met Corma Poelen, de regiebehandelaar van Julia bij BOEI Limburg: PsyGlobal in gesprek met: Corma Poelen, GZ-psychologe bij BOEI-Limburg

 

Olga Kurek, over de unieke waarde van Oekraïense GGZ-professionals

Onlangs interviewde PsyGlobal Olga Kurek, een Oekraïense ggz-professional, over haar ervaring en inzichten in het werken binnen de Nederlandse GGZ. Haar verhaal laat zien waarom Oekraïense ggz-professionals een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg.

Olga Kurek is een 35-jarige Oekraïense ggz-professional uit Amsterdam. Drie jaar geleden verhuisde ze naar Nederland, samen met haar man en hond, vlak voor het uitbreken van de oorlog. 

Olga Kurek

Voordat Olga naar Nederland kwam, woonde ze in verschillende landen in Europa en de VS, waar ze studeerde en werkte in corporate finance en management consulting. Na jaren in een corporate omgeving maakte ze de bewuste keuze om over te stappen naar coaching en psychologie. Ze volgde een opleiding aan een coachingsacademie in Australië (“Online, want het was een beetje te ver weg en ik hou niet van grote dieren”) en deed daarnaast een bachelor psychologie aan een universiteit in Odessa, Oekraïne om een diepgaander begrip van de menselijke psyche te krijgen. Ook volgde ze een geaccrediteerde CBT opleiding voor coaches en counselors.

Andere wegen naar een carrière in de geestelijke gezondheidszorg

Toen de oorlog uitbrak, voelde Olga zich niet meteen geroepen om haar achtergrond in de psychologie in te zetten voor het werken met Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Ze voelde zich onzeker over haar kennis en vond dat ze niet voldoende was voorbereid. Wel werkte ze een tijd als projectmanager voor PsyGlobal, waar ze haar vaardigheden gebruikte om indirect haar landgenoten te helpen. In deze rol ontdekte ze andere mogelijkheden om te werken in de geestelijke gezondheidszorg, naast het werken als basispsycholoog in een GGZ-instelling.

Tegenwoordig werkt Olga als counselor/mental health coach (“Ik probeer niet te veel aan titels vast te houden. Ik bied psychologische ondersteuning aan Oekraïense vluchtelingen.”) voor de Rotterdamse Stichting Mano. Ze werkte ook bij een van de grootste Nederlandse GGZ-instellingen, waar ze preventieve psychologische ondersteuning gaf aan werknemers van Nederlandse organisaties.

De toegevoegde waarde van Oekraïense psychologen

Olga heeft een duidelijk beeld van de toegevoegde waarde van Oekraïense professionals in Nederlandse organisaties: “Ik denk dat een Nederlandssprekende, Engelssprekende of andere professional meer dan gekwalificeerd is om Oekraïners te helpen. Maar ik denk dat Oekraïners liever door Oekraïners geholpen willen worden en dat ze Oekraïners meer vertrouwen als professionals.” Het hebben van een Oekraïenssprekende psycholoog laat zien dat uw organisatie openstaat voor mensen in nood, en deze mensen zullen hulp komen vragen, zegt Olga. “Ze zullen de barrières overwinnen om bij een Oekraïense psycholoog in jouw organisatie te komen.”

Deze barrières zijn volgens Olga minder makkelijk te overwinnen als het niet een Oekraïense psycholoog betreft: “Het is anders voor hen (Oekraïense cliënten) als ze door alle systemische uitdagingen heen moeten (een onbekend zorgsysteem, verzekeringskwesties, lange wachttijden) en uiteindelijk daar zitten met een tolk of een persoon die geen emotionele band heeft met het land en misschien niet begrijpt wat het nu betekent om hier te zijn, zo ver weg, of om iemand te verliezen.”

Promoot de aanwezigheid van Oekraïense zorgprofessionals 

Op het moment dat er een Oekraïense professional bij uw organisatie gaat werken, zorg er dan voor dat iedereen dat weet. Breng het nieuws breed naar buiten, mensen zullen komen. Olga is zeven maanden geleden begonnen met haar werk bij Stichting Mano. Er is geen dag voorbij gegaan dat ze geen cliënten heeft gezien, en dat alleen in Rotterdam. Het aantal cliënten groeide vanaf het begin af aan gestaag, en het groeit nog steeds. Als mensen begrijpen dat er een landgenoot werkt als psycholoog of counselor bij een organisatie in de buurt, dan zullen ze om hulp vragen en de instroom zal op gang komen. 

Wat kunt u verwachten? 

Hoewel Oekraïense professionals waardevolle expertise en culturele inzichten meebrengen, zijn er ook uitdagingen waar u als GGZ-instelling rekening mee moet houden. Volgens Olga is het belangrijk om de professionals vanaf het begin af aan goed te begeleiden: 

Zorg voor een duidelijke onboarding
Veel Oekraïense professionals zijn bekend met andere werkmethodes en hebben mogelijk niet direct inzicht in hoe administratieve en juridische processen in Nederland werken. Boek daarom in het begin voldoende tijd in om vragen te beantwoorden, ga er niet vanuit dat men alles wel zal weten. Bepaal samen hoe jullie de samenwerking tot een succes kunnen maken. Wat is hier voor nodig, wie benader je waarvoor, welke tools kunnen helpen, hoe begin je, hoe en voor wie rapporteer ik; dat soort vragen. Door hier echt de tijd voor te nemen zult u allemaal het maximale uit de samenwerking halen: uw organisatie, de psycholoog en de cliënten. 

Stel iemand aan als supervisor
We zijn in Nederland erg gehecht aan onze autonomie. Dit kan voor buitenlandse werknemers vaak overweldigend zijn. Als zij geen vragen stellen, gaat u er als organisatie vast vanuit dat ze alles weten. Dat is niet zo. Zorg ervoor dat de professional in ieder geval in de eerste weken goed begeleid wordt. 

Verlies niet de focus

In februari is het alweer drie jaar geleden dat de oorlog in Oekraïne begon. Hoewel er echt goede stappen zijn gemaakt in het bieden van psychosociale en psychologische hulp aan Oekraïeners in Nederland worden de problemen niet minder groot. Integendeel. Olga drukt ons daarom op het hart om de focus op de ondersteuning voor Oekraïeners in Nederland niet te verliezen. “Laat je niet afleiden.” Er zijn duizenden Oekraïeners in Nederland die al drie jaar in zeer moeilijke omstandigheden leven. Ze zijn ver van huis, ze zijn bezorgd, ze willen graag terug. Dat maakt hun psychische gezondheid kwetsbaar. 

“Ik hoop echt dat iedereen die betrokken is niet moe zal worden. Dat zeg ik, omdat ik denk dat veel mensen moe worden van de oorlog. Niet alleen Oekraïners, maar ook Nederlanders. Maar ik denk dat het nu nog niet de tijd is om te ontspannen.”

Albina Gizatova, Afdelingsmanager bij het Leger des Heils

Albina Gizatova, zelf een Oekraïense, meldde zich in 2022 direct aan bij de gemeente in Venlo toen ze hoorde dat er Oekraïense ontheemden naar Venlo zouden komen. Al snel werd ze gebeld door het Leger des Heils om de eerste 45 Oekraïeners die onderweg waren welkom te heten. Ze zegde haar baan op en voor ze het doorhad werkte ze als woonbegeleider op de opvanglocatie.

Albina GizatovaNu, bijna drie jaar later, is Albina afdelingsmanager bij een van de twee, en binnenkort drie opvanglocaties met in totaal 460 ‘deelnemers’ uit Oekraïne. Al vrij snel ging de gemeente Venlo een samenwerking aan met een Oekraïense ggz-professional. PsyGlobal sprak met Albina over deze samenwerking.

“Soms kijk je eventjes, sta je even stil en denk je, wow.”

Alles regelen

Toen Albina zich in 2022 meldde om de eerste groep Oekraïeners welkom te heten, was er nog niets geregeld. Er was een opvanglocatie, de Beerendonck, een voormalig bejaardenhuis, maar verder was er nog niets. “We moesten dat gewoon allemaal regelen, de catering, zorg, alles, maar het is ons binnen twee maanden gelukt om alles klaar te krijgen.” 

Het team van Albina bij het Leger des Heils bestaat uit 11 woonbegeleiders. Het is een echt dream team volgens haar, met mensen die Oekraïens, Russisch, Pools, Engels en Nederlands spreken. Samen met een andere manager bestieren ze, naast de Beerendonck, ook locatie Californië, een mobile home park waar de gemeente 100 chalets huurt. 

Op de Beerendonck is een aparte zorgvleugel gecreëerd met zeven aparte kamers voor mensen die een flinke rugzak hebben, vaak een verslaving of psychische aandoening, en die extra aandacht en begeleiding krijgen. 

 

Een Oekraïense psycholoog op locatie

Het team van woonbegeleiders ging direct na de aankomst van de Oekraïeners op zoek naar manieren om hen psychologisch te ondersteunen. Ze maakten voor een aantal deelnemers een afspraak bij de huisarts, maar deze wist op dat moment nog niet goed wat te doen met deze nieuwe groep patiënten. Daar kwam dus nog geen vervolg op. Dat was nogal een teleurstelling. Gelukkig bleek een van de deelnemers op de locatie een achtergrond te hebben in psychologie, en via PsyGlobal werd hij ingezet om psychosociale hulp te bieden aan de andere deelnemers op de locatie. De samenwerking met deze psycholoog liep ten einde toen hij naar een andere gemeente verhuisde, maar tot op heden werkt er een Oekraïense professional op beide locaties van het Leger des Heils in Venlo. 

 

Albina was direct heel enthousiast over de samenwerking. Ze wilde zo snel mogelijk mensen mentaal kunnen ondersteunen, en dat dat op locatie kon, was helemaal praktisch. Als de behoefte er is, kan er al binnen een paar dagen een consult worden gepland. Ze wil hierbij direct een groot compliment geven aan de gemeente: “We hebben de samenwerking met de gemeente zo fijn geregeld. We zitten elke week een keer met elkaar aan tafel, de gemeente luistert echt naar ons: Wat zijn de behoeften? Hoe kunnen we dit oplossen?”

Maar niet alleen de samenwerking met de gemeente is goed geregeld. Ook het contact met het netwerk van wijkteam, crisisdienst, raad van de kinderbescherming, veilig thuis is erg goed; iedereen werkt samen, en iedereen profiteert van de samenwerking met de Oekraïense psycholoog. 

 

Het taboe doorbreken

Albina is trots op de bijzondere band die haar team heeft met alle deelnemers op hun locaties. Mensen komen proactief naar de woonbegeleiders toe met hulpvragen, en haar team staat altijd klaar om met deelnemers een kop koffie te drinken. Soms komen er tijdens zo’n gesprek psychische klachten naar boven. Haar team kan indien nodig doorverwijzen naar het spreekuur van de Oekraïense psycholoog op locatie. Het feit dat mensen met hun problemen proactief naar de woonbegeleiders komen zegt echt iets over die bijzondere band die is opgebouwd. 

Het is voor Albina erg belangrijk dat het taboe op mentale problemen wordt doorbroken: “Als je hoofdpijn hebt, doe je daar ook iets aan. Dat moet je ook gewoon doen bij psychische klachten, beschouw het als een ziekte, waar je iets aan kunt doen.” Op deze manier kijken naar psychische klachten is niet gebruikelijk voor Oekraïeners. “Daar praten we erover met onze vriendinnen of een buurvrouw, dan is het uit de lucht en gaan we door.”

 

De aanwas van nieuwe cliënten voor de Oekraïense psycholoog gaat organisch. Deelnemers praten met elkaar, spreken iemand die een sessie met de psycholoog heeft gehad en komen de woonbegeleiders vragen of zij ook een afspraak kunnen krijgen. Het is een kettingreactie. 

 

De hulpvraag verandert

In het eerste jaar na het begin van de oorlog zag Albina vooral veel trauma om zich heen. Mensen waren echt in shock. Nu, bijna drie jaar later, ziet ze dat het vaak het topje van de ijsberg was. Enerzijds waren reeds aanwezige psychische klachten tijdelijk bedolven onder een laag adrenaline, en steken die nu weer de kop op, en anderzijds ontstaan er veel problemen door de situatie waar Oekraïeners zich in bevinden: de onzekerheid, gebrek aan privacy en structuur, gebrek aan vaderfiguren in families, kinderen in de pubertijd. Deze cocktail maakt een psycholoog of andersoortige psychische hulp op opvanglocaties echt noodzakelijk. Albina: “We praten steeds over bed, bad, brood. Ik zou daar echt een psycholoog aan toevoegen. Het is een basisbehoefte.” 

 

Veel ellende voorkomen

Onrust, agressie, verslavingen.. er zijn de laatste maanden veel negatieve verhalen in het nieuws over de situatie in opvanglocaties voor Oekraïeners en andere vluchtelingen. Albina is er erg trots op dat het in Venlo goed gaat. De aanwezigheid van een Oekraïense psycholoog heeft hier zeker aan bijgedragen. Bovendien is er die speciale zorgvleugel, waar ze mensen extra aandacht en begeleiding kunnen geven. Maar ook de bijzondere band die haar team heeft met de deelnemers heeft impact: “Als het een keer mis gaat, dan komt de deelnemer naar ons toe om excuses aan te bieden. ‘Ik heb het gevoel dat ik jullie heb teleurgesteld. Jullie doen zoveel voor ons.’ Soms kijk je je eventjes, sta je even stil en denk je, wow.”

 

 

Lees hier ook ons interview met Corma Poelen, GZ-psychologe, over de samenwerking met haar Oekraïense collega

 

Corma Poelen, GZ-psychologe bij BOEI-Limburg

Sinds 1 mei 2023 werkt de Oekraïense Julia Samsonova als basispsycholoog bij GGZ-instelling BOEI in Limburg. Ze werkt daar onder supervisie van Corma Poelen, GZ-psychologe. Een half jaar na de start van deze samenwerking halen we samen met Corma het net op. Hoe gaat het? Waar is ze tegenaan gelopen? En wat wil ze andere GGZ-instellingen meegeven?

Corma Poelen

 

Corma Poelen werkt nu twee jaar bij BOEI-Limburg als GZ-psychologe. Voor haar verhuizing naar Limburg werkte Corma onder andere in Amsterdam bij het Zwerfjongeren team, een outreachend team voor dak- en thuisloze jongeren. Ze vindt het leuk om

te werken met specifieke doelgroepen en andere culturen. Ook binnen BOEI-Limburg wordt ze regelmatig benaderd om aan bijzondere projecten mee te werken. Een voorbeeld daarvan is de samenwerking met Julia.

 

Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne worden er op verschillende plekken in Limburg opvanglocaties voor Oekraïense ontheemden geopend. Al snel komt er een aanmelding van een Oekraïens gezin binnen bij BOEI-Limburg. De intake verloopt moeizaam, het is lastig om elkaar te begrijpen. PsyGlobal biedt de mogelijkheid om een Oekraïense psycholoog in te zetten. Dat wordt Julia.

Twijfels

Corma geeft toe dat ze in het begin best wat twijfels had over de samenwerking. Julia heeft bijvoorbeeld geen SKJ-registratie, en Corma is verantwoordelijk voor de zorg die Julia geeft en de begeleiding die Julia ontvangt. Kan dat dan wel? Bovendien, zou Julia hetzelfde werken als Corma? Hetzelfde denken? Wat was haar kennis en kunde? Kon ze haar vertrouwen? Logische gedachtes bij elke nieuwe collega waar je zo nauw mee gaat samenwerken, maar toch lastiger als de taal en cultuur ook nog eens anders is.

Al snel blijken deze twijfels nergens voor nodig. Corma: “Julia is heel open. Het voelt alsof ze mij alles vertelt wat ik ook denk dat belangrijk is. En ze komt regelmatig dingen checken, dat geeft vertrouwen.”

Een flow in de samenwerking

Behalve elkaar leren kennen en vertrouwen, is het ook even zoeken naar een fijne manier van samenwerken. Hoe pak je het aan met registraties, verslaglegging, diagnostiek? Volgens Corma duurt het wel een maand of drie voordat je daar lekker in zit.

In het begin moet je elkaar eigenlijk wel regelmatig zien. Je moet elkaar, en elkaars manier van werken leren kennen. Nu spreken Corma en Julia elkaar elke week op een vast moment. Daarnaast kan Julia op indicatie deelnemen aan het tweewekelijkse teamoverleg over casuïstiek. Dat is niet alleen fijn voor Julia op professioneel vlak, maar zo gaat ze zich ook steeds meer onderdeel van het team voelen.

Verschillen met Oekraïne

Corma was heel benieuwd naar de manier waarop de GGZ in Oekraïne geregeld is. Wie diagnosticeert daar? Schrijven ze snel medicatie voor? Zitten er verschillen in de manier van behandelen?

Uiteindelijk vindt Corma de verschillen erg meevallen. “Julia doet heel veel dingen hetzelfde als wij. Daarom matcht zij goed met onze organisatie. Maar dat kan ook liggen aan het type persoon of de opleiding die zij gedaan heeft. Ze past zich makkelijk aan.”

Er zit wel een groot verschil in de manier van zorg organiseren. Corma: “Wij zijn heel erg gestructureerd en georganiseerd.” Intakeverslagen, zorgovereenkomsten, samenwerkingen met veel verschillende partijen, afspraken.. Dat blijft lastig voor Julia. En daar komen dan nog de technische uitdagingen bij; hoe rapporteer je in het systeem, wat zet je daar precies in. “Julia houdt alles gewoon heel goed bij in een schrift.”

In de manier van werken vindt Corma Julia vooruitstrevend. Ze is creatief opgeleid en dat zie je. Daarnaast behandelt Julia het hele gezin, niet het kind apart. In Nederland is dat helaas nog niet altijd de standaard manier van werken.

Julia zoekt heel rustig aansluiting bij mensen, maar ze is ook direct. “Daar was ik wel benieuwd naar”, zegt Corma. “In sommige culturen moet je dingen heel erg inpakken, Julia durft het gewoon op tafel te leggen. Maar nogmaals, dat kan ook liggen aan haar persoonlijkheid.”

Onderdeel van het team

Nu Julia een half jaar bij BOEI-Limburg werkt, kijkt Corma terug. Op de vraag wat ze graag anders had gezien of gedaan heeft Corma direct een antwoord: “Wij huren Julia in, zij is zelfstandige. Maar uiteindelijk is ze ook onderdeel van het team. Maar zo hebben we haar niet ingewerkt.” Dat geldt zowel voor praktische zaken als inloggegevens, een laptop en urenregistratie, maar ook omdat de samenwerking met Julia gezien wordt als een apart project, een soort sub-team. Maar wat is eigenlijk het verschil tussen Julia en andere Zzp’ers?

Persoonlijk had Corma de inwerkperiode achteraf ook liever anders aangepakt. “Ik had in het begin ook graag de tijd genomen om meer persoonlijk kennis te maken met Julia.” Ze zijn volgens Corma te snel in een werkmodus geschoten, terwijl ze weinig wist van Julia zelf: Sinds wanneer is ze hier, waar woont ze, wat heeft ze meegemaakt. “Dat zijn we nu nog aan het inhalen.”

Uitdagingen in de samenwerking

Natuurlijk zijn er uitdagingen verbonden aan de samenwerking met een Oekraïense (of andere anderstalige) psycholoog.

De grootste uitdaging voor Corma is de diagnostiek. Ze krijgt van Julia een vertaling van een gesprek, in niet Julia’s, maar ook niet Corma’s moedertaal, en moet op basis daarvan een diagnose stellen. De intake kost ook meer moeite. Tijdens dat gesprek zijn Corma en Julia allebei aanwezig, en moeten ze samen goed scherp krijgen wat er aan de hand is en wat voor behandeling er nodig is. Zeker als je elkaar nog niet goed kent, en nog niet zo goed weet wat je van de ander kunt verwachten, kan dat lastig zijn.

Dat zijn tegelijkertijd ook de enige twee momenten in het totale behandelproces die iets meer tijd en moeite kosten. De behandelingen doet Julia gewoon zelf. Dat maakt het proces onder aan de streep alsnog een stuk efficiënter, omdat je niet bij elke behandeling een tolk hoeft in te zetten.

Ondanks dat Julia en Corma allebei goed Engels spreken, is de taal toch een thema in hun samenwerking. “We verstaan elkaar prima. Maar sommige woorden en wat we precies bedoelen, is soms best nog lastig uit te drukken. Aan de andere kant: des te langer je werkt met elkaar, des te minder belangrijk wordt het dat je echt het goede woord gebruikt.”

Dit heeft ook effect op de rest van het team. De teamsessies waar Julia aansluit moeten bijvoorbeeld ook opeens in het Engels, dat vindt niet iedereen even prettig.

Toegevoegde waarde

Voor Corma is dit overigens allemaal geen reden om iemand niet in dienst te nemen. Bovendien is dit volgens haar de enige manier om te werken met Oekraïense gezinnen: “Je spreekt gewoon die taal niet, dus als je mensen uit Oekraïne wil behandelen zul je met iemand moeten samenwerken die die taal wel spreekt.” Ze voegt nog toe: “Ook in interactie met je cliënt. Als er iemand tussen zit heb je echt een ander soort contact dan wanneer je direct met iemand kan praten. Ik zou dat zelf als cliënt ook helemaal niet chill vinden als je de hele tijd via iemand je verhaal moet doen.” Dat geldt waarschijnlijk helemaal voor de doelgroep kinderen. “Het is veel ingewikkelder met wie je een gesprek moet voeren. Je moet je beter kunnen concentreren, beter opletten.”

Daarnaast schept het een band voor cliënten als je therapeut uit hetzelfde land komt en hetzelfde heeft meegemaakt. Als cliënten iets vertellen over hun leven kan Julia dat plaatsen en weet ze waar het over gaat. “Ik heb geen flauw idee,” zegt Corma. “Ik zou het moeten opzoeken op de kaart, waar iemand vandaan komt.”

Een andere toegevoegde waarde is het feit dat er nu vijf Oekraïense gezinnen behandeld worden bij BOEI-Limburg. De gemeente, huisarts(en) en het Rode Kruis weten dat Julia bij BOEI-Limburg werkt, dus zij verwijzen gezinnen direct naar hen door.

Tips voor GGZ-instellingen en anderstalige psychologen

Tenslotte heeft Corma nog een aantal tips, zowel voor collega GGZ-instellingen, als voor anderstalige psychologen:

“GGZ-instellingen moeten zich realiseren dat de psychologen die zich aanmelden super gemotiveerd zijn om dit te gaan doen.” Ze willen het laten slagen. Dat maakt dat ze flexibel zijn, ze zijn bereid om zich aan te passen aan hoe wij werken. Bovendien vallen de verschillen heel erg mee, zegt ze.

Daarbij is het wel belangrijk om de psychologen goed in te werken. “Neem ze goed mee in hoe bepaalde dingen werken, en waarom we dat doen. Waarom zouden ze dat niet overnemen?”

Aan psychologen wil ze ook nog een tip meegeven: Zoek zelf actief de verbinding op met het team. “Ik kan me voorstellen dat dat in het begin lastig is, omdat ze zelf nog zoekende zijn. ‘Willen ze me wel hebben op deze plek, wat is er over mij gecommuniceerd’. Julia is heel open en die gaat met mensen kletsen. Dat helpt echt.”

Olga Yavtushenko, Oekraïense psycholoog in Nederland

Olga Yavtushenko ziet mensen alle kanten op vluchten op het moment dat de oorlog uitbreekt. Naar andere delen van Oekraïne, naar familieleden in het buitenland, naar het front. In eerste instantie wil ze zelf blijven, aan het werk. Mensen hebben hulp nodig. Als Rusland na een paar weken echter de nabijgelegen Zaporizhia kerncentrale dreigt aan te vallen, wordt de angst zo sterk dat het Olga hindert in haar werk en besluit ze te vertrekken. Olga’s zoon en zijn familie wonen in Nederland en daarmee is haar komst hierheen een logische keuze. PsyGlobal sprak met deze Oekraïense gestalt therapeut in Nederland.

Kennis en ervaring

Olga Yavtushenko - Oekraïense psycholoog in Nederland

Olga komt uit Dnipro, een van de grootste steden van Oekraïne. Ze werkt als Gestalt therapeut, maar begon haar carrière als arts. Toen psychologie zich begon te ontwikkelen in Oekraïne, besefte Olga zich dat ze meer interesse had voor dit vakgebied dan voor geneeskunde. Ze haalt haar psychologie master, en volgt daarna een aantal uitgebreide trainingen aan twee Gestalttherapie-instituten, waarvan er één
het oudste instituut in Europa is met een internationaal coachingsteam. Samen met collega’s zet ze in Dnipro zelf een instituut op voor het opleiden van Gestalt therapeuten. Daar onderwijst en begeleidt ze student-psychotherapeuten en werkt ze met eigen cliënten, individueel en in groepen. De laatste jaren richt ze zich specifiek op traumaverwerking.

Naar Nederland

Met zo’n prachtig scala aan opleidingen en ervaring komt Olga aan in Nederland. Ze verwacht eigenlijk niet dat ze een baan gaat vinden. Bovendien is ze in de veronderstelling dat ze na 2 of 3 maanden wel weer naar huis kan. Ze zet zich wel onmiddellijk in als vrijwilliger bij het Rode Kruis. Ze start een steungroep voor gevluchte Oekraïense vrouwen en komt in aanraking met Olga Korol, projectmanager bij Empatia. Korol besluit Olga te helpen met haar project. “Ik was onder de indruk van de betrokkenheid, interesse en wens om dit te doen.” Een paar maanden later krijgt het project funding en krijgt Olga een contract bij PsyGlobal.

Olga werkt bewust met groepen. “Een groep is een mini-maatschappij, waarbij mensen niet alleen steun bij mij, maar ook bij elkaar vinden. Mensen zijn erg onzeker en angstig, zelfs als ze zelf op een veilige plek zijn. Er is natuurlijk social media en internet, en mensen hebben ook veel contact met familieleden en vrienden die nog in Oekraïne zijn.” Olga heeft de kennis en ervaring om een groep in zijn geheel te steunen. “Ik kan mensen de ervaring geven hun mentale toestand te reguleren, in ieder geval voor even. En die ervaring nemen ze weer mee in de rest van hun leven.”

Groepsprogramma

Na een aantal sessies met verschillende groepen (zowel vrouwen als mannen), heeft Olga een goed beeld van wat er speelt bij de Oekraïense ontheemden in Nederland. Op basis van de hulpvraag bouwt ze een programma van zes tot zeven sessies, waarbij ze met de groep verschillende onderwerpen behandelt. Eén van die onderwerpen is het verwerken van nieuws en informatie uit Oekraïne; hoe neem je deze informatie waar, hoe verwerk je het, in hoeverre versterkt het je traumatische ervaring en hoe kun je proberen dit te beperken of voorkomen. Een ander thema is thuis; iedereen die hier is gekomen kreeg te maken met het verlies van hun thuis. Hoe ga je daarmee om en hoe creëer je een nieuw thuis. Daarbij gaat het niet om een fysiek huis, maar om de connectie met nieuwe mensen, op een nieuwe plek.

Deze en andere onderwerpen zorgen ervoor dat trauma’s op een effectieve manier en met gevoel voor de deelnemers kunnen worden aangeroerd en uitgewerkt.

Contact met mensen

Behalve voor de cliënten die Olga ziet in haar steungroep is het ook voor haar persoonlijk een heftige tijd. Wat houdt haar op de been? “Contact met mensen is mijn grootste inspiratie. Het is altijd nieuw, het is altijd een verrassing.”

De mensen die Olga begeleidt komen vrijwillig naar haar toe. “Ze zoeken iets, ze hebben iets nodig. Als we ontdekken wat dat is en dat kunnen uitspreken, dat geeft veel voldoening. Het is de start van een verandering. Dat vult mij. Dat motiveert mij.”

Dit effect was vooral goed merkbaar bij de eerste groep die Olga – nog altijd – begeleidt. “Mensen waren angstig en depressief. De groepssessies resulteerde erin dat de deelnemers een baan, nieuwe vrienden en zelfs nieuwe relaties vonden. Eigenlijk is dat slechts een bijwerking, maar het is een hele existentiële bijwerking. De bijwerking van goede therapie is een gelukkig leven. Ik vind het leuk.”

Het Nederlandse systeem

Olga is erg positief over het Nederlandse zorgsysteem. “Het systeem is heel goed gebouwd en houdt met heel veel factoren rekening. Er zijn veel niveaus in de hulp die je kunt ontvangen. Ik zou graag willen dat we het in de toekomst ook zo in Oekraïne bouwen.” Het Nederlandse systeem is wel duidelijk in vredestijd gecreëerd, zegt Olga. “Het is ontworpen voor een vredig leven, waarin er, naast het sociale zekerheidsstelsel, veel middelen zijn waar iemand op kan rekenen. Er is geen rekening gehouden met de langdurige shocktoestand waar wij bijvoorbeeld in verkeren.

Oekraïense psychologen

Olga heeft een duidelijk beeld waarom het goed is om Oekraïense psychologen in te zetten voor Oekraïense ontheemden met psychische problemen in Nederland. “Trauma behandeling komt heel precies. De psyche beschermt zichzelf tegen trauma, het is heel moeilijk om mensen zo ver te krijgen zich te laten behandelen.” Onderzoek laat zien dat 25-30% van de ontheemden in Nederland psychische klachten hebben, en hoe langer de oorlog aanhoudt, hoe hoger dat percentage zal worden. Als er vervolgens ook nog een cultuur- of taalbarrière is, wordt het nog moeilijker om mensen zo ver te krijgen zich te laten behandelen. Bovendien is het bij traumaverwerking belangrijk dat de ervaring zo goed mogelijk onder woorden wordt gebracht, om zo de verwerking te starten. En dat kan eigenlijk alleen in iemands moedertaal.

Tenslotte bevinden de psychologen zich in dezelfde situatie als hun cliënt, waardoor ze zich goed kunnen inleven. En ondanks diezelfde situatie kunnen ze toch anderen hulp bieden. Olga: “Het zijn speciale mensen, want ondanks alles is het nog altijd (en bovenal) hun levensmissie om anderen te helpen. Er wordt vaak gezegd dat mensen die psychologie gaan studeren van jongs af aan altijd al ‘de psycholoog’ zijn, bijvoorbeeld binnen hun eigen familie. Ze hebben enkel nog een professionele opleiding nodig.”

Olga’s leven vandaag de dag

Het oorspronkelijke plan om slechts een maand of drie in Nederland te verblijven, is niet gerealiseerd. Olga is op dit moment al ruim 20 maanden in Nederland, en het ziet er niet naar uit dat ze snel terug kan keren naar Oekraïne. Olga heeft het, ondanks alle uitdagingen, haar missie gemaakt om Oekraïeners in Nederland te helpen. Dat doet ze via de drie groepen die ze begeleidt met haar programma en als psycholoog bij een GGZ-instelling in Zuid-Holland. Daarnaast ondersteunt ze PsyGlobal in de intervisiesessies voor Oekraïense psychologen. En tenslotte is ze druk bezig met het leren van Engels, iets waarin ze de afgelopen maanden ongelooflijke vooruitgang heeft geboekt.

Olga’s verhaal laat zien dat één persoon in de levens van vele anderen een groot verschil kan maken. Haar toewijding, empathie en professionaliteit maken haar tot een zeer waardevolle collega en een voorbeeld voor velen.