Van multicultureel naar intercultureel, effectieve communicatie en samenwerking binnen teams

Met de inzet van anderstalige GGZ-professionals binnen uw organisatie verandert er niet alleen iets significants voor de cliënt. Opeens heeft u als manager of collega te maken met een multicultureel team. Dat heeft veel voordelen, maar kan ook leiden tot uitdagingen. Het vraagt hoe dan ook om aanpassingsvermogen. In dit artikel delen we tips om zo snel mogelijk te schakelen van een multicultureel naar een intercultureel team, waar iedereen zich gezien, gehoord en thuis voelt.

multiculturele teams
Foto: Freepik

De term ‘multicultureel’ gaat over de aanwezigheid van diverse culturen binnen een land, stad, organisatie of team. ‘Intercultureel’ richt zich op de interactie, communicatie en het begrip tussen die verschillende culturen.

 

Voordelen van een multicultureel team:

Het aannemen van een anderstalige collega binnen een GGZ-instellingen, gemeente of huisartsenpost gebeurt over het algemeen vanuit de wens om anderstalige cliënten te helpen. Niet vanuit het inzicht dat er veel voordelen zitten aan een cultureel divers team. Die voordelen zijn echter wel een mooie bijkomstigheid. We zetten ze kort voor u op een rij:

1. Diverse perspectieven:

Verschillende culturele achtergronden brengen diverse perspectieven en ideeën naar de tafel. Dit kan leiden tot creatievere oplossingen voor problemen, nieuwe inzichten en zelfs bepaalde innovatie binnen het team. Ook op het gebied van diagnostiek en behandelingen kunnen dit soort nieuwe perspectieven erg waardevol zijn.

2. Verbeterde communicatie:

Om effectief te kunnen samenwerken in een multicultureel team, moeten teamleden hun communicatievaardigheden verbeteren. Teamleden nemen meer de tijd om ervoor te zorgen dat dingen duidelijk uitgelegd worden. Bovendien wordt er beter naar elkaar geluisterd en meer doorgevraagd, om miscommunicatie te voorkomen. Dit kan leiden tot algemene verbeteringen in communicatie binnen het team.

3. Culturele competentie:

Het werken in een multiculturele omgeving verbetert de culturele competentie van alle teamleden. Ze leren omgaan met diversiteit, culturele sensitiviteit ontwikkelen en interculturele communicatievaardigheden opbouwen. Hierdoor worden ze weer breder inzetbaar in hun dagelijkse werk.

4. Begrip en respect:

Door nauw samen te werken met mensen van verschillende culturele achtergronden, ontwikkelen teamleden een breder begrip en respect voor andere culturen, wat kan bijdragen aan een meer inclusieve en tolerante werkomgeving.

 

Uitdagingen van cultureel diverse teams:

Behalve voordelen, zitten er natuurlijk ook uitdagingen aan het hebben van een divers team. De belangrijkste:

1. Stereotypen en vooroordelen:

Bepaalde vooroordelen over collega’s met een andere culturele achtergrond kunnen leiden tot discriminatie, gebrek aan vertrouwen en verminderde samenwerking.

2. Verschillen in werkstijlen:

Teamleden met een verschillende achtergrond kunnen andere verwachtingen hebben over werkuren, deadlines, hiërarchieën en de benadering van taken. Dit kan leiden tot frictie en onbegrip.

3. Communicatie barrières:

Misverstanden, verschillen in communicatiestijlen, onbegrip en zelfs uitsluiting; het kan allemaal voorkomen in multiculturele teams.

4. Integratie-uitdagingen:

Het zou ieders doel moeten zijn om nieuwe teamleden zich zo snel mogelijk thuis te laten voelen. Het kan door allerlei factoren lastig zijn om echt goed te integreren.

 

De oplossing is communicatie

De oplossing voor alle genoemde uitdagingen zit in communicatie. Zorg ervoor dat iedereen, en niet alleen het nieuwe teamlid, zich veilig en gehoord voelt.

 

Organiseer vóór de komst van de nieuwe collega een sessie met het team. Bespreek de verwachtingen die het management heeft en geef ruimte aan collega’s om vragen te stellen of bepaalde zorgen te uiten. Wellicht zijn er collega’s die het lastig vinden om vanaf nu in het Engels te moeten communiceren. Het kan ook zo zijn dat collega’s zich achtergesteld voelen, omdat de nieuwe collega gebruik kan maken van bepaalde regelingen die niet voor hen gelden. Neem dit soort zorgen serieus en zoek samen naar een oplossing.

 

Zorg er echter ook voor dat niet alleen óver, maar ook mét de nieuwe collega wordt gesproken over vooroordelen, stereotypen, twijfels en verwachtingen. Maak bovendien voldoende ruimte om elkaar ook op persoonlijk vlak te leren kennen.

 

Belangrijk hierbij is ook dat er niet continu benadrukt blijft worden dat iemand een andere culturele achtergrond heeft. Er zit een grens aan tot wanneer dat als ‘iets bijzonders’ mag worden beschouwd. Het is tenslotte de bedoeling dat de nieuwe collega zo snel mogelijk als voorwaardig teamlid en als mens wordt gezien, en niet alleen als ‘die ander’.

 

Tenslotte is het van belang om de samenwerking continu te blijven evalueren en waar nodig bij te schaven, zowel voor ‘de nieuwe collega’ als voor de rest van het team. Het management speelt hierbij een cruciale rol. Zorg voor een cultuur van respect en begrip, maak ruimte voor feedback, wees empathisch en flexibel ten opzichte van de behoeften van het team en blijf vooral luisteren naar elkaar.

 

Bronnen:

https://www.insightsbenelux.com/blog/teamontwikkeling/effectief-samenwerken-in-teams-met-hoge-culturele-diversiteit

https://www.linkedin.com/pulse/multiculturele-teams-wat-brengen-ze-met-zich-mee-richard-hulshof/?originalSubdomain=nl

https://www.epicagility.nl/omgaan-met-multiculturele-diversiteit-in-je-team

https://fransemarkt.nl/werken-met-een-intercultureel-team-waar-moet-je-op-letten

Voordelen van de inzet van anderstalige GGZ-professionals

De afgelopen weken deelden we op LinkedIn een serie over hoe anderstalige GGZ-professionals de kwaliteit van zorg kunnen verbeteren en hoe de inzet van deze professionals de kosten en de druk op het huidige personeel kan verlagen. In dit artikel vindt u een overzicht van alle voordelen die de inzet van een anderstalige GGZ-professional met zich meebrengt nog eens op een rij.

Voordelen van de inzet van anderstalige GGZ-professionals

Hoe helpen anderstalige GGZ-professionals de kwaliteit van zorg verbeteren?

Er zijn verschillende redenen waarom de inzet van anderstalige GGZ-professionals de kwaliteit van zorg verbetert:

 

  1. De vertrouwensband tussen cliënt en behandelaar

De literatuur is het erover eens: een goede vertrouwensband is essentieel voor effectieve gezondheidszorg. Het belang van deze therapeutische relatie is zelfs twee keer zo groot als de specifieke therapie. Deze vertrouwensband is nog belangrijker als we te maken hebben met een kwetsbare doelgroep als vluchtelingen en asielzoekers, die mogelijk terughoudend is als het gaat om geestelijke gezondheidszorg. Het is belangrijk voor cliënten om te merken dat ze begrepen en serieus genomen worden, zonder vooroordelen. Een goede vertrouwensband leidt tot meer participatie van de cliënt en daardoor tot effectievere zorg.

Cliënten voelen zich over het algemeen* sneller op hun gemak bij een behandelaar die hun culturele referentiekader deelt. Deze behandelaar heeft een beter begrip voor de culturele context en waarden van de cliënt, en daarmee ook voor de uitdagingen waar de cliënt mee wordt geconfronteerd. In een context waarin de werkdruk hoog is en tijd vaak een belemmerende factor, kan dit significante voordelen bieden.

* De aanname dat een behandelaar met dezelfde achtergrond automatisch beter in staat is om een cliënt te begrijpen behoeft nuance. Niet elk individu binnen een bepaalde demografische of culturele groep deelt dezelfde overtuigingen of ervaringen.

 

  1. De taalbarrière overbruggen

Communicatie tussen GGZ-professionals en cliënten is essentieel. Gezondheidsprofessionals in verschillende onderzoeken geven consequent aan dat taalbarrières hun werk met vluchtelingen en asielzoekers belemmeren.

Een veelgebruikte strategie om taalbarrières te overwinnen, is communicatie via tolken. Hier zitten echter sterkte belemmeringen aan:

  • Een extra persoon in de ruimte bemoeilijkt het voeren van een vloeiend gesprek en beïnvloedt de dynamiek tussen behandelaar en cliënt
  • De kans is aanwezig dat een tolk diens eigen interpretatie laat meewegen
  • De inzet van tolken binnen de familie zorgt voor problemen met vertrouwelijkheid
  • Sessies worden langer en duurder
  • Continuïteit kan niet worden gegarandeerd, terwijl sommige bronnen van mening zijn dat de vertrouwensband met de tolk net zo belangrijk is als met de behandelaar

De inzet van een behandelaar met dezelfde culturele achtergrond als de cliënt is een logische manier om taalbarrières te overbruggen. Behalve het concreet spreken van dezelfde taal biedt een behandelaar de cliënt ook een dieper cultureel begrip en wordt er snel een vertrouwensband gecreëerd, essentieel voor een succesvolle behandeling.

 

  1. Betere diagnostiek

De juiste diagnose stellen voor een cliënt met een andere culturele achtergrond is moeilijk. Zowel cliënt als behandelaar weet niet goed hoe de ander bepaalde klachten interpreteert en/of classificeert. Wat is persoonlijkheid en wat is cultuur? Wat is cultuur en wat is trauma?

Wellicht is in sommige culturen een psychopathologisch ogende reactie (zoals agressief of teruggetrokken gedrag of het horen van stemmen) normaal, of wordt het gezien als een normale reactie op een bepaalde ingrijpende levensgebeurtenis. Bovendien zijn tests en vragenlijsten voor classificatie en diagnostiek altijd afgezet tegen normen van specifieke Amerikaanse of Noordwest-Europese populaties. Ook de testafname heeft invloed op de antwoorden. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een cliënt de taalvaardigheid mist om de juiste nuances aan te geven, of druk voelt om sociaal wenselijke antwoorden te geven.

Het komt regelmatig voor dat cliënten met een migratieachtergrond een andere diagnose krijgen dan cliënten met een Nederlandse achtergrond, terwijl ze dezelfde indicaties hebben. Ook worden anderstalige cliënten vaak onderbehandeld en eerder doorverwezen naar de psychiatrie, terwijl bestaande psychotherapiebehandelingen ook voor hen effectief kunnen zijn.

Het inzetten van een behandelaar met dezelfde achtergrond als de cliënt leidt tot een beter begrip voor de culturele context van psychische klachten en een juiste interpretatie van bepaalde symptomen. Dit verhoogt de kans op een juiste diagnose en daarmee een meer effectieve behandeling.

 

  1. Verminderen van zorgongelijkheid

Vluchtelingen en ontheemden zijn een kwetsbare groep als het gaat om geestelijke gezondheid. Traumatische ervaringen in het thuisland, een gedwongen (vaak ook traumatische) migratie, discriminatie in het gastland; het is geen wonder dat 30% van de volwassen vluchtelingen een depressie of PTSS ontwikkelt. Toch gaan vluchtelingen en ontheemden niet snel met mentale klachten naar een arts. Ze beschouwen hun psychische problemen als iets dat bij hun huidige sociale omstandigheden hoort. Daarnaast vinden ze hun weg niet (gemakkelijk) naar de juiste zorg, zijn er taal- en cultuurverschillen, een gebrek aan vertrouwen en bovenal rust er vaak een taboe op psychische ziekten.

Áls mensen dan de stap zetten naar de huisarts of psycholoog, ontvangen ze vaak niet de juiste zorg. Taalbarrières en cultuurverschillen zorgen voor onjuiste diagnostiek, onjuiste verwachtingen en een gebrek aan vertrouwen. De behandeling leidt vaak niet tot het gewenste resultaat.

Dit alles zorgt voor zorgongelijkheid. Zorgongelijkheid ontstaat wanneer bepaalde groepen systematische lagere kwaliteit van zorg ontvangen dan de algemene bevolking. Ofwel omdat ze de zorg niet (willen) krijgen, ofwel omdat de zorg niet op de juiste manier is vormgegeven. Deze ongelijkheden worden vaak waargenomen in de gezondheidszorg voor etnische minderheidsgroepen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een commissie voor de sociaal bepaalde gezondheidsverschillen opgericht om landen te ondersteunen en aanbevelingen te doen die ongelijkheden in gezondheid aanpakken. Het verminderen van ongelijkheden in de gezondheidszorg vereist dat gezondheidszorgmiddelen gericht worden ingezet naar achtergestelde groepen. In verschillende bronnen benadrukken gezondheidsprofessionals de noodzaak van extra middelen zoals tolkendiensten en cultuursensitieve training om de kwaliteit van zorg voor vluchtelingen en asielzoekers te verbeteren.

Een behandelaar met dezelfde culturele achtergrond als de cliënt vermindert zorgongelijkheid, mits deze cliënt de weg naar zorg vindt. Hier ligt ook een belangrijke taak voor huisartsen, gemeenten , om de barrière richting geestelijke gezondheidszorg weg te nemen.

 

Hoe helpen anderstalige GGZ-professionals de kosten verlagen?

Anderstalige GGZ-professionals helpen ook om de kosten van zorg te verlagen. In een tijd waarin een derde van de GGZ-aanbieders moeite heeft het hoofd boven water te houden, is dit een erg welkom neveneffect.

 

  1. Vroegsignalering

Ontheemden en vluchtelingen hebben een verhoogd risico op psychische problemen. Toch gaan ze niet snel met mentale klachten naar een arts. Ze denken dat het erbij hoort, ze vinden hun weg niet goed naar de juiste zorg, en vaak heerst er een taboe op psychische problemen.

Preventie, vroegsignalering en vroegtijdige behandeling helpen. Het helpt ontwikkelingen van ernstige aandoeningen of escalaties voorkomen of vertragen, behandelingen zijn effectiever en kans op herstel is groot En bovendien worden er door vroegsignalering veel kosten bespaard.

We weten dat vluchtelingen en ontheemden een verhoogd risico lopen op psychische klachten. Bovendien weten we wie deze mensen zijn en waar ze zich bevinden. Via gemeenten, GGD en de huisarts zijn preventie en vroegsignalering goed te regelen.

Anderstalige GGZ-professionals kunnen worden ingezet binnen gemeentes en de GGD. Zij kunnen cultuurspecifieke preventieprogramma’s opzetten, collega’s trainen en adviseren of jeugdzorg en wijkteams ondersteunen.

Anderstalige GGZ-professionals kunnen ook worden ingezet als POH-GGZ. In die hoedanigheid kunnen ze laagdrempelige, vroegtijdige psychische hulp aanbieden in de eigen taal. Ze zullen sneller bepaalde klachten (juist) kunnen interpreteren en classificeren en op die manier de juiste diagnostiek bevorderen

 

  1. Kosten van de behandeling

De inzet van behandelaars met dezelfde culturele achtergrond als cliënten heeft een positief effect op de behandeling an sich, maar daarmee ook op de kosten die er mee gemoeid zijn.

Behandelingen en behandeltrajecten worden korter: er hoeft niet, of minder uitgebreid, te worden stilgestaan bij culturele verschillen en de implicaties hiervan in de behandeling. In de individuele sessies hoeft geen tolk te worden ingezet. Hierdoor gaat geen kostbare tijd verloren of hoeft de sessie niet verlengd te worden. Bovendien bespaar je de kosten voor een tolk.

Naast korter, worden behandelingen en behandeltrajecten ook effectiever. We zien veel uitval in de behandeling van cliënten met een migratie-achtergrond. Door onbegrip, of bijvoorbeeld doordat er op het laatste moment geen tolk beschikbaar is. Dit is anders bij een behandelaar met dezelfde achtergrond: Cliënt en behandelaar begrijpen elkaar. Er is geen (of minder) ruis op de lijn door een tolk, een taalbarrière of culturele verschillen. Een meer effectieve behandeling leidt tot minder hoge kosten.

 

Hoe helpen anderstalige GGZ-professionals de werkdruk verlagen?

Bij elke GGZ-instelling in Nederland staan inmiddels anderstalige cliënten op de wachtlijst of onder behandeling. Dit gaat niet veranderen. Het behandelen van cliënten met een andere achtergrond is complex. De taal, de cultuur en de interpretatie van symptomen en klachten maakt het moeilijk om goede zorg te verlenen. Dit kan veel stress opleveren bij behandelaars. Behandelingen kosten meer moeite en bovendien veel tijd, die er vaak niet is.

GGZ-instellingen staan al enorm onder druk en hebben te maken met een schrikbarend tekort aan personeel en veel verloop. Volgens Zorgvisie* kost het vertrek van een werknemer een zorgorganisatie gemiddeld 42.000 euro. Alleen dat is al reden genoeg om de druk op huidig personeel te willen verlagen.

Voor behandelaars met dezelfde culturele achtergrond als de cliënt is behandelen veel gemakkelijker. De taal is geen obstakel, er is cultureel begrip en klachten zijn beter te duiden. Door anderstalige cliënten door te schuiven naar behandelaars met dezelfde achtergrond wordt de druk op de rest van het personeel verlaagd en is de kans op uitval kleiner.

 

 

Wilt u verder praten met ons over de inzet van anderstalige GGZ-professionals binnen uw organisatie, gemeente, GGD of huisartsenpraktijk? Plan dan hier een vrijblijvende afspraak in met onze accountmanager.
Wilt u meer weten over het samenwerken met een anderstalige GGZ-professional? Lees dan onze andere artikelen over dit onderwerp.

 

Bronnen:

https://bmjopen.bmj.com/content/7/8/e015981

https://link.springer.com/article/10.1007/s10903-019-00929-y

https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/diversiteit/patientenperspectief/kwaliteitscriteria-vanuit-patientenperspectief/eisen-aan-zorg

https://www.psyned.nl/relatietherapie/soorten-relaties/therapeutische-relatie/

https://www.who.int/data/inequality-monitor/about

https://www.bmj.com/content/317/7170/1444?ijkey=90a2c4ca9d820e7c284990e67e5fa65bf1b7422d&keytype2=tf_ipsecsha

https://www.ggzstandaarden.nl/zorgstandaarden/diversiteit/zorg-rondom-diversiteit/diagnostiek

https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2020/07/Inventarisatie-diversiteit-in-de-ggz-2.pdf

https://lnkd.in/eKuj5fHN

Cultuursensitieve en cultureel competente geestelijke gezondheidszorg

In een wereld die steeds meer gekenmerkt wordt door culturele diversiteit, wordt het concept van cultuursensitieve geestelijke gezondheidszorg steeds belangrijker. Zorgprofessionals krijgen meer en meer te maken met cliënten uit andere culturen. Culturen waar mogelijk andere normen en waarden gelden en waar wellicht anders wordt omgegaan met geestelijke gezondheidszorg. Begrip voor deze culturele verschillen leidt tot betere communicatie, een beter behandelresultaat en een verhoogde tevredenheid van client en behandelaar. In dit artikel gaan we dieper in op de betekenis en de implicaties van cultuursensitieve en cultureel competente geestelijke gezondheidszorg. Waar begin je? Hoe kom je tot een behandelmodel dat voldoet aan de verwachtingen van je cliënt? En is de inzet van hulpverleners met dezelfde culturele achtergrond altijd de oplossing?

 

foto: freepik.com

De begrippen

Cultuursensitieve geestelijke gezondheidszorg is gezondheidszorg waarbij rekening wordt gehouden met de culturele context van de cliënt tijdens het behandelproces. Het begrip beschrijft het belang van gevoeligheid voor en bewustzijn van culturele verschillen.

Cultureel competente geestelijke gezondheidszorg wijst op het idee dat zorgverleners niet alleen rekening houden met deze context, maar ook over kennis en vaardigheden beschikken om te werken met diverse culturele groepen.

Het belang van cultuursensitieve en cultureel competente gezondheidszorg

Door de toenemende globalisering is het allang niet meer vanzelfsprekend dat een in Nederland werkzame GGZ-professional enkel cliënten voor zich krijgt met dezelfde culturele achtergrond. Op 1 januari 2023 had 11,6% van de totale Nederlandse bevolking een westerse migratieachtergrond en 14,8% een niet-westerse migratieachtergrond (bron: CBS.nl). Deze verscheidenheid aan culturen, achtergronden en religies brengt andere ideeën en opvattingen met zich mee, ook over geestelijke gezondheid. Je kunt dan denken aan verschillen in openheid en bespreekbaarheid, collectivisme versus individualisme en verschillen in de benadering van mentale gezondheidsproblemen. Als er geen rekening gehouden wordt met deze verschillen kan dat leiden tot miscommunicatie, onbegrip, diagnostische fouten en ineffectieve behandelingen.

Waar begin je met cultuursensitieve geestelijke gezondheidszorg?

Het is onmogelijk om van alle (sub)culturen die we in Nederland zien uitgebreide kennis te bezitten. Niet alleen omdat het zoveel verschillende culturen zijn, maar ook omdat er binnen al deze culturen (ook “de Nederlandse”) weer verschillende subculturen en levensbeschouwingen onderscheiden kunnen worden. Bovendien zijn al deze culturen aan veranderingen onderhevig: We nemen opvattingen en inzichten van elkaar over en maken daar weer onze eigen subculturen van.

De belangrijkste eerste stap is bewustwording. Wees je bewust van de kijk op de wereld van je client. Jeroen Knipscheer, psychotherapeut, senior onderzoeker en vooraanstaand expert in de cultuursensitieve psychotherapie, omschrijft het als volgt: “Een cultureel competente zorgprofessional vraagt zich af of het gedrag van een patiënt normaal of deviant is in de context van de normen en waarden van de (sub)cultuur waartoe deze behoort.” Kennis helpt je hierbij, maar het gaat vooral om de bereidheid je te verdiepen in de wereld van een ander en hierin een open houding aan te nemen.

Bewust van je eigen bagage

Cultuursensitief werken is meer dan alleen kennis hebben van (of openstaan voor) de cultuur van “de ander”. Het gaat ook om inzicht in je eigen culturele bagage, en begrip over hoe dit van invloed is op jouw manier van werken. Jeroen vult aan: “Ook is het goed je te realiseren welke invloed het behoren tot de dominante groep in sociaal opzicht kan hebben op een patiënt uit een minderheidsgroep – en omgekeerd: wat betekent je eigen socialisatie in een mogelijk geprivilegieerde context voor je eigen opvattingen en bejegening.” Voortdurende zelfreflectie over je eigen culturele bagage én je maatschappelijke positie is erg belangrijk.

Vanaf het eerste contact

Begrip hebben voor de culturele verschillen die er mogelijk zijn tussen jou en je cliënt begint al vanaf het eerste contact. “Laat tijdens de eerste kennismaking al merken dat dat je sensitief bent voor diens leef- en denkwereld”, geeft Jeroen aan. Neem daar de tijd voor. Zorg dat je begrijpt hoe mensen hun situatie zelf ervaren en ga niet direct na de diagnostiek over tot het volgen van het behandelprotocol.

Een goed hulpmiddel hiervoor is het CFI, het Cultural Formulation Interview, opgenomen in de laatste versie van het DSM. Het CFI is een basisinterview van 16 vragen, waarmee de hulpverlener een respectvolle, nieuwsgierige en niet-oordelende houding laat zien. Het zijn geen expliciete, maar open, uitnodigende vragen, waardoor de client zich gehoord en serieus genomen zal voelen. Zo ontstaat er een gedeelde visie van cliënt en hulpverlener op de klachten en de behandeling.

Voorbeelden van vragen in het CFI:

  • Soms hebben mensen verschillende manieren om hun problemen te beschrijven aan hun familie, vrienden of anderen in hun omgeving. Hoe zou u uw [probleem] aan hen beschrijven?
  • Vaak zoeken mensen hulp op verscheidene plaatsen, zoals bij verschillende soorten artsen, mantelzorgers of genezers. Wat voor soort behandeling, hulp, adviezen of genezing heeft u tot nu toe gezocht voor uw [probleem]? Wat voor soort hulp vond u het nuttigst? En welke hulp was niet bruikbaar?

Komen tot een behandelmodel

Er is veel discussie over het wel of niet inzetten van evidence-based behandelmethoden voor mensen uit een niet-westerse cultuur. Er is echter steeds meer bewijs dat behandelingen als CGT en EMDR voor iedereen geschikt zijn, mits ze cultuursensitief worden vormgegeven. Volgens Jeroen Knipscheer gaat het er vooral om hoe je deze behandelingen verpakt en aanbiedt. “Veel migranten komen uit culturen waarin de familie en gemeenschap een veel grotere rol spelen dan in onze meer individualistische samenleving”, vertelt hij in het tijdschrift GZ-Psychologie. “Dat betekent dat cliënten zichzelf in de eerste plaats beschouwen als onderdeel van die gemeenschap. Aan een autochtone Nederlandse cliënt stellen we vaak een vraag als ‘Wat zegt dit over u als persoon?’. Een dergelijke vraag kan voor iemand uit een wij-cultuur lastig te beantwoorden zijn. Dan werkt het vaak beter om bijvoorbeeld te vragen: ‘hoe kijkt uw familie naar u?’, of ‘hoe ziet de gemeenschap waartoe u behoort u?’”

Een ander essentieel onderdeel volgens Jeroen is goede voorlichting over het therapeutisch proces (doelen, werkwijze, verwachtingen en vertrouwelijkheid). Hierbij is het belangrijk dat de cliënt en de behandelaar het eens zijn over de verklaring van klachten, de behandeling daarvan en bovenal de uitkomst. Jeroen: “Migranten verwachten vaak dat ze na hun behandeling van hun klachten af zijn, dat ze dan weer helemaal de oude zullen worden. Helaas is dat meestal niet het geval. [..] Het blijft echter lastig dat cliënten – als ze dan eindelijk de stap naar een therapeut hebben gezet – verwachten dat die hun probleem oplost. Dan moet je ze toch duidelijk maken dat jij niet de wonderdokter bent die ze misschien hadden verwacht. Ook dat is onderdeel van een cultuursensitieve behandeling.”

Tenslotte is het belangrijk om in de behandeling systemisch en contextueel te werken, met expliciete aandacht voor gezin en familie en de socio-economische en sociale context.

Een divers aanbod therapeuten

Bij een steeds meer divers cliëntenbestand is het logisch om ook op zoek te gaan naar een meer divers behandelteam. Behandelaars die dezelfde taal spreken als de cliënt en dezelfde culturele achtergrond hebben lijkt een voor de hand liggende manier.

Volgens Jeroen Knipscheer is het echter niet dé oplossing. “Denk bijvoorbeeld aan thema’s die binnen een bepaalde culturele groep met taboe omgeven zijn. Op zulke momenten kan het voor een patiënt juist moeilijker zijn om het gesprek aan te gaan wanneer de therapeut uit dezelfde groep komt. Het kan dan juist helpend zijn om dat met een relatieve buitenstaander te bespreken.” In dit soort situaties is de rol van de regiebehandelaar en de rest van het team belangrijk. Zij kunnen, bijvoorbeeld tijdens intervisie, hun licht als buitenstaander op de situatie schijnen. Zo zorgt het team er weer voor dat de hulpverlener niet enkel door zijn of haar eigen culturele ‘bril’ naar de situatie kijkt. En daarmee komen we weer terug op de cruciale elementen van cultuursensitieve en cultureel competente geestelijke gezondheidszorg: zorg voor een open houding richting je cliënt en een bewustzijn van je eigen culturele bagage.

 

Verder lezen over dit onderwerp?

https://www.tijdschriftvoorpsychotherapie.nl/archief/jaargang-2020-uitgave-1/11649/

https://www.gzpsychologie.nl/magazine-artikelen/clienten-met-een-migratie-achtergrond-moeten-tactvol-worden-behandeld/

https://kennisnet.vgct.nl/culturele-sensitiviteit-binnen-de-cgt/

https://www.vkjp.nl/tijdschrift-artikelen/2-2022-cultuursensitief-werken-in-de-jeugd-ggz

https://www.pharos.nl/nieuws/hoe-werk-je-cultuursensitief-met-jeugdigen-en-gezinnen/

https://www.psychologytoday.com/us/therapy-types/culturally-sensitive-therapy

https://dsm-5.nl/actueel/209-363_Cultural-Formulation-Interview

 

De Oekraïense psycholoog; professionaliteit en persoonlijkheid

In de vorige twee artikelen gingen we dieper in op de geestelijke gezondheid en de geestelijke gezondheidszorg in Oekraïne. Daarnaast spraken we over belangrijke veranderingen, en op welke manier het systeem in meer of mindere mate op het Nederlandse systeem lijkt of is gaan lijken.

Dit is deel 3 van de reeks: De Oekraïense psycholoog; professionaliteit en persoonlijkheid.

Psychiatrie versus Psychologie

Oekraïense psycholoog

Het Oekraïense systeem van geestelijke gezondheidszorg leunt sterk op psychiatrische zorg. Jarenlang was het beroep van psycholoog niet of nauwelijks zichtbaar. Toen Rusland in 2014 Oekraïne binnenviel en het land te maken kreeg met 1,5 miljoen ontheemden en grote aantallen getraumatiseerde oorlogsveteranen, werd het vak van psycholoog in een razend tempo relevant. Dit leidde tot een snelle invoering van bepaalde standaarden op het gebied van onderwijs, behandelingen en zorg, ook doordat er veel hulp kwam van buitenlandse professionals.

Behalve deze situatiegedreven relevantie heeft de toenemende globalisering ervoor gezorgd dat vooral de jongere generatie Oekraïners minder baat denkt te hebben bij de medische benadering van psychische problemen. Zij zoeken naar goede psychologen en passeren in dat proces de psychiater. Het publieke systeem in Oekraïne is echter nog altijd ingericht met de psychiater als middelpunt. Als men die wil omzeilen komt men al snel terecht in de private sector. 

Privé of publiek

Als je in Oekraïne start met de universitaire opleiding tot psycholoog maak je al snel de keuze of je in de publieke of in de privé sector wil werken. In de privésector is meer geld te verdienen, maar er hangt een bepaalde status aan het werken in een (publiek) psychiatrisch ziekenhuis. Als je als psychologie student aanspraak wil maken op een studiebeurs is het bovendien noodzakelijk om na je studie minimaal drie jaar voor de overheid te werken.

Het is niet makkelijk om een baan te vinden binnen de publieke gezondheidszorg. Voor dit artikel spraken we met Yeva Kardash, een klinisch psychologe uit Oekraïne die op dit moment in Nederland verblijft. Ze vertelt: “Je moet goede connecties hebben of geld betalen, het systeem is erg corrupt.” Als het dan lukt om aan de slag te gaan binnen de publieke sector is dit volgens Yeva wel heel veel waard. “Privé psychologen in Oekraïne zien nooit wat wij zien in de ziekenhuizen. Het zijn veel heftigere en meer diverse casussen.” Daarnaast is het voor psychologen in de publieke sector noodzakelijk om elke drie jaar opnieuw examens te doen en elke vijf jaar opnieuw je diploma’s te valideren. Zo blijf je jezelf continu uitdagen.

De meeste privé-psychologen doen dat ook, maar dat moeten ze zelf initiëren en betalen. Dat kan een drempel zijn. Dit betekent overigens niet dat privé-psychologen alleen relatietherapie geven of cliënten leren hoe om te gaan met stress. Ook met zwaardere problematieken gaan mensen steeds vaker naar een privé-kliniek. Yeva verklaart: “Een psychiatrisch ziekenhuis is geen gezellige plek, mensen zijn oprecht bang om erheen te gaan.”

Veel psychologen verlaten de publieke sector na een aantal jaren en gaan dan binnen de privé gezondheidszorg werken, of doen beide tegelijkertijd, om hun salaris aan te vullen.

De opleiding tot psycholoog

Psychologie is een populaire studie in Nederland, en ook in Oekraïne. Dat is niet altijd zo geweest. Rond het jaar 1990 was het aantal psychologiestudenten in Oekraïne extreem laag, maar door de veranderingen hierboven beschreven nam ook het aantal studenten toe.

In Oekraïne kun je je psychologie diploma op twee manieren behalen: ofwel door middel van een vierjarige bachelor (bakalavr) gevolgd door een een- tot anderhalf jarige master (magister). Ofwel door middel van een soort pre-masterconstructie, waarbij je vanuit een andere studie, via een tussenjaar, alsnog instroomt in de master. Dit laatste traject duurt gemiddeld twee jaar. Na het behalen van je master kun je in Oekraïne doorstromen naar een ‘aspirantura’, een onderzoeks PhD, en eventueel daarna nog naar een doctoraat.

De laatste jaren is er veel nadruk gelegd op het overdragen van intellectueel (Europees) kapitaal. Dat begon tijdens de Russische inval in 2014. Oekraïense psychologen ontvingen toen aanzienlijke ondersteuning van professionals uit de Verenigde Staten en Israël, met name op het gebied van oorlogstrauma. Ook de WHO is actief betrokken bij de Oekraïense geestelijke gezondheidszorg. Het blijft echter zo dat wij, in het Westen, meer en sneller toegang hebben tot de laatste kennis en technieken op het gebied van mentale gezondheid. PsyGlobal neemt een actieve rol op zich om de Oekraïense psychologen die op dit moment in Nederland verblijven te voorzien van belangrijke trainingen en cursussen. Zo zijn deze psychologen niet alleen beter inzetbaar in Nederland, maar uiteindelijk ook weer in Oekraïne.      

Verschillen en overeenkomsten in het werkveld

Er zijn veel overeenkomsten tussen Nederlandse en Oekraïense psychologen. Dat begint met het type persoon: zowel Nederlandse als Oekraïense psychologen hebben een sterke wil om mensen te helpen. Daarnaast hebben ze een sterke wil om zich te blijven ontwikkelen. De vraag naar goede cursussen en trainingen op het gebied van bijvoorbeeld CBT is de laatste jaren enorm gestegen.   

Ten derde werken zowel Oekraïense als Nederlandse psychologen volgens een ethische code, waarin onder andere het recht op privacy, het principe van competentie en de toegevoegde waarde van supervisie worden benadrukt.

Belangrijke verschillen om in de samenwerking met Oekraïense psychologen rekening te houden zijn, onder andere:

  • Hiërarchische verschillen: In een Oekraïens psychiatrisch ziekenhuis staat de psycholoog op gelijke hoogte met de psychiater en andere professionals. Er is veel overleg, maar geen regiebehandelaar die uiteindelijk de beslissingen neemt. Binnen privéklinieken werkt een psycholoog volledig onafhankelijk. Binnen het Nederlandse systeem kan het wellicht tot enige frictie leiden dat een basispsycholoog niet volledig onafhankelijk kan werken maar rekening moet houden met de supervisor, de directie en verschillende stakeholders (zoals gemeente, verzekeraars en toezichthouders). 
  • Registratie en protocollen: omdat er zowel in overheidsinstellingen als in privé klinieken geen zorgverzekering betrokken is, zijn Oekraïense psychologen veel minder gewend om zaken gestructureerd te registreren en om zich aan hele strikte protocollen te houden. Ze zijn wat dat betreft wat flexibeler in bijvoorbeeld de tijd die ze aan een cliënt besteden, of de behandeltechniek die ze inzetten. Ze houden uiteraard hun eigen administratie bij, maar dat is lang niet zo uitgebreid als we hier in Nederland gewend zijn. Daar komt bij dat een registratiesysteem in het Nederlands – een taal die ze meestal niet of nauwelijks begrijpen – als een enorme barrière kan voelen.
  • Marktwerking: omdat een groot deel van de psychologen binnen de privé sector werkzaam is, is marktwerking cruciaal voor Oekraïense psychologen. Zeker in kleinere steden of in rurale gebieden, waar de vraag kleiner is, zullen enkel de beste psychologen een klantenkring kunnen opbouwen.

Algemene verschillen en overeenkomsten in persoonlijkheid

Naast beroepsspecifieke verschillen zijn er ook algemene verschillen en overeenkomsten tussen Nederlanders en Oekraïeners: Respect is voor zowel Nederlanders en Oekraïners belangrijk. Daarbij hebben beide landen een cultuur van no-nonsense en hard werken. Belangrijke verschillen zijn er echter ook. 

  • High context versus low context: Nederlanders zeggen wat ze denken, ongeacht het publiek of de omstandigheden. De boodschap wordt niet anders verpakt voor een ander publiek. Dat is low-context. Oekraïners houden meer rekening met de omstandigheden. Als hun baas er bijvoorbeeld bij is, kan het zijn dat ze hun verhaal aanpassen, of iets weglaten. Deze high context cultuur is een overblijfsel uit de Sovjet tijd; het was destijds slim om twee keer na te denken voor je iets zei, om niet je baan – of je leven – te verliezen. De jongere generatie probeert deze manier van denken van zich af te schudden, zij zijn over het algemeen wat directer. 
  • Afwijzen en nogmaals vragen: Het is in de Oekraïense cultuur onbeleefd om direct ‘ja’ te zeggen als iemand je iets vraagt of aanbiedt. Men is gewend om eerst af te wijzen, in de verwachting dat het nog een of meerdere keren wordt gevraagd.
  • Oekraïners glimlachen minder. Dat komt niet omdat ze ontevreden of ongelukkig zijn, het is gewoon minder gebruikelijk.
  • Low trust versus high trust: Nederland is een high trust society. We hebben redelijk veel vertrouwen in elkaar, en bijvoorbeeld in de overheid. Wij kijken naar wat iemand kan voordat we diegene een belangrijke rol of taak toevertrouwen. Oekraïners zijn wat meer wantrouwend ten opzichte van derden. Zij kijken meer naar de relatie die ze hebben met iemand en baseren daar hun keuze op.
  • Tegenovergesteld uitleggen: Nederlanders hanteren de ‘journalistieke’ manier van uitleggen. We vertellen eerst onze conclusie en daarna de argumenten. In Oekraïne gebeurt dit precies andersom. Op school leer je om eerst uit te leggen hoe een analyse is gedaan, en pas daarna vertel je de conclusie.
  • Een flexibele interpretatie van tijd. Daar hoeven we waarschijnlijk niets aan toe te voegen… 😉 

 

Bronnen:

https://www.bps.org.uk/psychologist/psychology-ukraine

https://www.scirp.org/pdf/psych_2022031515523412.pdf

https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/10508422.2022.2152030?scroll=top&needAccess=true

https://www.linkedin.com/pulse/nederland-en-oekra%C3%AFne-grote-cultuurverschillen-toch-een-arjan-groen/?originalSubdomain=nl

https://www.nijkerk.eu/taal-en-cultuur

https://www.margriet.nl/persoonlijk/vluchtelingen-opvangen-oekraiense-alla-vertelt-over-cultuurverschillen~b14b5c14/?referrer=https://www.google.com/

Corma Poelen, GZ-psychologe bij BOEI-Limburg

Sinds 1 mei 2023 werkt de Oekraïense Julia Samsonova als basispsycholoog bij GGZ-instelling BOEI in Limburg. Ze werkt daar onder supervisie van Corma Poelen, GZ-psychologe. Een half jaar na de start van deze samenwerking halen we samen met Corma het net op. Hoe gaat het? Waar is ze tegenaan gelopen? En wat wil ze andere GGZ-instellingen meegeven?

Corma Poelen

 

Corma Poelen werkt nu twee jaar bij BOEI-Limburg als GZ-psychologe. Voor haar verhuizing naar Limburg werkte Corma onder andere in Amsterdam bij het Zwerfjongeren team, een outreachend team voor dak- en thuisloze jongeren. Ze vindt het leuk om

te werken met specifieke doelgroepen en andere culturen. Ook binnen BOEI-Limburg wordt ze regelmatig benaderd om aan bijzondere projecten mee te werken. Een voorbeeld daarvan is de samenwerking met Julia.

 

Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne worden er op verschillende plekken in Limburg opvanglocaties voor Oekraïense ontheemden geopend. Al snel komt er een aanmelding van een Oekraïens gezin binnen bij BOEI-Limburg. De intake verloopt moeizaam, het is lastig om elkaar te begrijpen. PsyGlobal biedt de mogelijkheid om een Oekraïense psycholoog in te zetten. Dat wordt Julia.

Twijfels

Corma geeft toe dat ze in het begin best wat twijfels had over de samenwerking. Julia heeft bijvoorbeeld geen SKJ-registratie, en Corma is verantwoordelijk voor de zorg die Julia geeft en de begeleiding die Julia ontvangt. Kan dat dan wel? Bovendien, zou Julia hetzelfde werken als Corma? Hetzelfde denken? Wat was haar kennis en kunde? Kon ze haar vertrouwen? Logische gedachtes bij elke nieuwe collega waar je zo nauw mee gaat samenwerken, maar toch lastiger als de taal en cultuur ook nog eens anders is.

Al snel blijken deze twijfels nergens voor nodig. Corma: “Julia is heel open. Het voelt alsof ze mij alles vertelt wat ik ook denk dat belangrijk is. En ze komt regelmatig dingen checken, dat geeft vertrouwen.”

Een flow in de samenwerking

Behalve elkaar leren kennen en vertrouwen, is het ook even zoeken naar een fijne manier van samenwerken. Hoe pak je het aan met registraties, verslaglegging, diagnostiek? Volgens Corma duurt het wel een maand of drie voordat je daar lekker in zit.

In het begin moet je elkaar eigenlijk wel regelmatig zien. Je moet elkaar, en elkaars manier van werken leren kennen. Nu spreken Corma en Julia elkaar elke week op een vast moment. Daarnaast kan Julia op indicatie deelnemen aan het tweewekelijkse teamoverleg over casuïstiek. Dat is niet alleen fijn voor Julia op professioneel vlak, maar zo gaat ze zich ook steeds meer onderdeel van het team voelen.

Verschillen met Oekraïne

Corma was heel benieuwd naar de manier waarop de GGZ in Oekraïne geregeld is. Wie diagnosticeert daar? Schrijven ze snel medicatie voor? Zitten er verschillen in de manier van behandelen?

Uiteindelijk vindt Corma de verschillen erg meevallen. “Julia doet heel veel dingen hetzelfde als wij. Daarom matcht zij goed met onze organisatie. Maar dat kan ook liggen aan het type persoon of de opleiding die zij gedaan heeft. Ze past zich makkelijk aan.”

Er zit wel een groot verschil in de manier van zorg organiseren. Corma: “Wij zijn heel erg gestructureerd en georganiseerd.” Intakeverslagen, zorgovereenkomsten, samenwerkingen met veel verschillende partijen, afspraken.. Dat blijft lastig voor Julia. En daar komen dan nog de technische uitdagingen bij; hoe rapporteer je in het systeem, wat zet je daar precies in. “Julia houdt alles gewoon heel goed bij in een schrift.”

In de manier van werken vindt Corma Julia vooruitstrevend. Ze is creatief opgeleid en dat zie je. Daarnaast behandelt Julia het hele gezin, niet het kind apart. In Nederland is dat helaas nog niet altijd de standaard manier van werken.

Julia zoekt heel rustig aansluiting bij mensen, maar ze is ook direct. “Daar was ik wel benieuwd naar”, zegt Corma. “In sommige culturen moet je dingen heel erg inpakken, Julia durft het gewoon op tafel te leggen. Maar nogmaals, dat kan ook liggen aan haar persoonlijkheid.”

Onderdeel van het team

Nu Julia een half jaar bij BOEI-Limburg werkt, kijkt Corma terug. Op de vraag wat ze graag anders had gezien of gedaan heeft Corma direct een antwoord: “Wij huren Julia in, zij is zelfstandige. Maar uiteindelijk is ze ook onderdeel van het team. Maar zo hebben we haar niet ingewerkt.” Dat geldt zowel voor praktische zaken als inloggegevens, een laptop en urenregistratie, maar ook omdat de samenwerking met Julia gezien wordt als een apart project, een soort sub-team. Maar wat is eigenlijk het verschil tussen Julia en andere Zzp’ers?

Persoonlijk had Corma de inwerkperiode achteraf ook liever anders aangepakt. “Ik had in het begin ook graag de tijd genomen om meer persoonlijk kennis te maken met Julia.” Ze zijn volgens Corma te snel in een werkmodus geschoten, terwijl ze weinig wist van Julia zelf: Sinds wanneer is ze hier, waar woont ze, wat heeft ze meegemaakt. “Dat zijn we nu nog aan het inhalen.”

Uitdagingen in de samenwerking

Natuurlijk zijn er uitdagingen verbonden aan de samenwerking met een Oekraïense (of andere anderstalige) psycholoog.

De grootste uitdaging voor Corma is de diagnostiek. Ze krijgt van Julia een vertaling van een gesprek, in niet Julia’s, maar ook niet Corma’s moedertaal, en moet op basis daarvan een diagnose stellen. De intake kost ook meer moeite. Tijdens dat gesprek zijn Corma en Julia allebei aanwezig, en moeten ze samen goed scherp krijgen wat er aan de hand is en wat voor behandeling er nodig is. Zeker als je elkaar nog niet goed kent, en nog niet zo goed weet wat je van de ander kunt verwachten, kan dat lastig zijn.

Dat zijn tegelijkertijd ook de enige twee momenten in het totale behandelproces die iets meer tijd en moeite kosten. De behandelingen doet Julia gewoon zelf. Dat maakt het proces onder aan de streep alsnog een stuk efficiënter, omdat je niet bij elke behandeling een tolk hoeft in te zetten.

Ondanks dat Julia en Corma allebei goed Engels spreken, is de taal toch een thema in hun samenwerking. “We verstaan elkaar prima. Maar sommige woorden en wat we precies bedoelen, is soms best nog lastig uit te drukken. Aan de andere kant: des te langer je werkt met elkaar, des te minder belangrijk wordt het dat je echt het goede woord gebruikt.”

Dit heeft ook effect op de rest van het team. De teamsessies waar Julia aansluit moeten bijvoorbeeld ook opeens in het Engels, dat vindt niet iedereen even prettig.

Toegevoegde waarde

Voor Corma is dit overigens allemaal geen reden om iemand niet in dienst te nemen. Bovendien is dit volgens haar de enige manier om te werken met Oekraïense gezinnen: “Je spreekt gewoon die taal niet, dus als je mensen uit Oekraïne wil behandelen zul je met iemand moeten samenwerken die die taal wel spreekt.” Ze voegt nog toe: “Ook in interactie met je cliënt. Als er iemand tussen zit heb je echt een ander soort contact dan wanneer je direct met iemand kan praten. Ik zou dat zelf als cliënt ook helemaal niet chill vinden als je de hele tijd via iemand je verhaal moet doen.” Dat geldt waarschijnlijk helemaal voor de doelgroep kinderen. “Het is veel ingewikkelder met wie je een gesprek moet voeren. Je moet je beter kunnen concentreren, beter opletten.”

Daarnaast schept het een band voor cliënten als je therapeut uit hetzelfde land komt en hetzelfde heeft meegemaakt. Als cliënten iets vertellen over hun leven kan Julia dat plaatsen en weet ze waar het over gaat. “Ik heb geen flauw idee,” zegt Corma. “Ik zou het moeten opzoeken op de kaart, waar iemand vandaan komt.”

Een andere toegevoegde waarde is het feit dat er nu vijf Oekraïense gezinnen behandeld worden bij BOEI-Limburg. De gemeente, huisarts(en) en het Rode Kruis weten dat Julia bij BOEI-Limburg werkt, dus zij verwijzen gezinnen direct naar hen door.

Tips voor GGZ-instellingen en anderstalige psychologen

Tenslotte heeft Corma nog een aantal tips, zowel voor collega GGZ-instellingen, als voor anderstalige psychologen:

“GGZ-instellingen moeten zich realiseren dat de psychologen die zich aanmelden super gemotiveerd zijn om dit te gaan doen.” Ze willen het laten slagen. Dat maakt dat ze flexibel zijn, ze zijn bereid om zich aan te passen aan hoe wij werken. Bovendien vallen de verschillen heel erg mee, zegt ze.

Daarbij is het wel belangrijk om de psychologen goed in te werken. “Neem ze goed mee in hoe bepaalde dingen werken, en waarom we dat doen. Waarom zouden ze dat niet overnemen?”

Aan psychologen wil ze ook nog een tip meegeven: Zoek zelf actief de verbinding op met het team. “Ik kan me voorstellen dat dat in het begin lastig is, omdat ze zelf nog zoekende zijn. ‘Willen ze me wel hebben op deze plek, wat is er over mij gecommuniceerd’. Julia is heel open en die gaat met mensen kletsen. Dat helpt echt.”

Artikel De Psycholoog – Baer Jonkers

Artikel uit De Psycholoog, December 2023

 

Download de volledige PDF: BaerJonkers_dPInspiratie#12